Jan en Sarah Van Mol op zondag 20 oktober om 15u.

 

 

 

 

 

 

 

Het programma:

 

Het eerste deel van dit programma wil een inzicht geven hoe in onze gewesten in de 18de eeuw een orgel kon gebruikt worden in combinatie met de liturgische zang.

Het Vlaamse orgel was geen begeleidingsinstrument. Hooguit werd het ingeschakeld als basso continuo in samenspel met koor en orkest. Typisch voor de kerkmuzikale praktijk in het hele katholieke gebied was de versetten – praktijk. Hierbij werden alle gezangen: misgezangen, psalmen, hymnen, opgesplitst in pare en onpare verzen die om de beurt werden gezongen en stilzwijgend gemediteerd terwijl het orgel in een kort tussenspel de stilte vulde. Het probleem is dat deze praktijk niet zo eenvoudig te reconstrueren is. We beschikken wel over talrijke versetten – verzamelingen (de usus bleef bestaan tot het begin van de 20ste eeuw) maar naar wat daartussen werd gezongen, is het vaak gissen. Tegenwoordig zou men zeggen: men zong het “gewone” en vond het niet nodig dat extra te vermelden.

Het werk van Abraham van den Kerckhoven, onze belangrijkste orgelcomponist uit de 18de eeuw, is gelukkig bewaard gebleven in het handschrift van Jacobus Cocquiel, kanunnik – organist van de kerk van Soignies (Zinnik). Het bevat, naast een groot aantal versetten – suites in allerlei toonaarden, ook verschillende zelfstandige orgelstukken van grotere lengte. Hieronder verschillende werken waarbij, dank zij orgelregisters die in bas en discant zijn verdeeld, op één klavier een solo in de bas of de discant kan worden gespeeld terwijl de andere hand een begeleidende rol heeft. Dit is een muziekpraktijk die in onze gewesten is ontstaan en door de organisten van de Capilla Flamenca naar Spanje is geëxporteerd.

De universiteitsbibliotheek van Leuven bewaart een merkwaardige bundel orgelmuziek uit het fonds Di Martinelli. Deze familie vormde een muzikantendynastie verbonden aan het Sint-Sulpiciuskerk van Diest. De bundel is, blijkens een notering in het manuscript, afkomstig uit het klooster van Cisterciënserinnen van Rothem. Het klooster werd opgeheven en van de gebouwen bestaan nog een paar resten. Het bevindt zich in Halen bij Diest waar het als toponiem nog aanwezig is. Bij het Te Deum kunnen we probleemloos de onpare verzen van de tonus solemnis inlassen: de eindnoot van het gespeelde verset is de beginnoot het gezongen vers.

Thomas Babou was organist in Luik. In zijn Livre d’Orgue vinden we twee hymnen waarbij ook de vocale partij, mét begeleiding, is genoteerd: een Tantum Ergo en het Salve Regina. Zijn Fantaisie de trompette is een ander voorbeeld van het gebruik van gedeelde registers.

Het Libellus Catholicorum werd bijeen geschreven door de Capucijner  broeder Lucas (1644 – 1729) die in de kloosters van Leuven en daarna van Dendermonde woonde. Het is een omvangrijke bundel geestelijke liederen begeleid door een basso continuo – lijn. We horen het O Sacramentum

Het tweede deel van het programma toont aan dat een voortreffelijk typisch orgel als het Verbueckenorgel van Vosselaar zich ook leent tot muziek, die buiten het territorium van de zuidelijke Nederlanden is ontstaan. Georg Böhm en zijn Präludium, Fuge und Postludium in gHenry Purcel met When I am Laid in Ear uit Dido and Aeneas, Michel Corrette met Pièces d’orgues en Offertoire L’éclatante, Georg Friedrich Händel met Lascia ch’io piango uit Rinaldo, De pastorale van Jan K. Kuchar en het Salve Regina van Pietro Terziani.

Kaarten te koop aan de balie van de bibliotheek en het onthaal van het gemeentehuis van Vosselaar.

Tot 18 jaar: gratis toegang

+ 18j : Kaarten aan 7 (voorverkoop) en 9 (kassa) euro.

 

Een gedachte over “Jan en Sarah Van Mol op zondag 20 oktober om 15u

  1. Jammer dat Sarah er niet bij kon zijn en moest afhaken omwille van ziekte, enkele uren voor haar optreden. Maar wat een goede verrassing met Cristel De Muelder. Voortreffelijke sopraan stem.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *